Interview met Arjan Kröner

Wie al wat langer meeloopt in de Amsterdamse gay- en fetishscene, kan eigenlijk niet om Arjan Kröner heen. Toch is hij niet iemand die zichzelf graag op de voorgrond plaatst. Al sinds 1988 is hij verbonden aan The Cuckoo’s Nest, waar hij bij zijn broer kwam werken. Zijn broer was eigenaar van de zaak en vanaf 1991 werd Arjan mede-eigenaar. In 2016 nam Arjan The Web over.

Na corona bleek de oude formule van The Web volgens Arjan wat uitgewerkt. Bears waren er altijd al een belangrijke doelgroep. Arjan koos ervoor dat veel duidelijker zichtbaar te maken. Inmiddels heeft Bears Amsterdam steeds meer de functie van een vast honk voor de bearcommunity gekregen. Grote investeringen blijven voorlopig uit, omdat in de toekomst een grote verbouwing nodig is. Komende januari is er weer een organisatorische verandering. Eagle, Dirty Dicks, The Cuckoo’s Nest en Bears Amsterdam worden samengebracht onder één management. De afzonderlijke zaken moeten daarbij nadrukkelijk hun eigen karakter behouden.

Arjan ziet dat het uitgaansgedrag verandert. Veel mensen in de community zoeken tegenwoordig vooral feesten en evenementen. “Het succes van onder meer CRASH en Invasion past in die ontwikkeling. Een compleet nieuwe bar beginnen is bovendien lastig geworden door steeds strengere en complexere vergunningsvoorwaarden.

Juist voor Leather & Fetish Pride ziet Arjan daarom nog volop toekomst. Het evenement kan nog verder groeien en nog diverser worden.”

Dit jaar speelt IJland daarbij een grotere rol en ook Akhnaton is weer terug als locatie, iets waaraan MSA veel waarde hecht. Op vrijdag vindt in IJland een experimenteel feest plaats dat zich nadrukkelijker richt op een queer en jonger publiek.

Opvallend genoeg rekent Arjan (links op de foto) zichzelf niet tot de leathercommunity. Een legeruniform trekt hem bijvoorbeeld meer dan leer. Het gaat hem vooral om een fascinatie voor dominantie dan om een bepaalde fetish. Juist doordat hij al zo lang om de leathercommunity heen beweegt, ziet hij wel wat die gemeenschap bijzonder maakt. “Mensen letten op elkaar.” Die onderlinge betrokkenheid ziet hij nog altijd om zich heen en herkent hij ook sterk bij MSA.